Vrije keuze
VRIJE KEUZE?
Meisjes en Jongens hebben gelijke kansen in ons onderwijs, zegt men. De praktijk wijst echter uit dat er grote verschillen tussen hen bestaan, zowel in keuze als duur van opleiding (en dus beroep en loon). De laatste jaren zijn schooldekanen aangewezen voor keuzebegeleiding. Beroepenvoorkeurtests behoren tot hun instrumentarium. Als je echter bekijkt hoe die tests in elkaar zitten en misbruikt worden, kun je niet anders konkluderen dan dat een school- of beroepskeuze-advies discriminerend is ten opzichte van meisjes.
De schooltoets geeft een kind aan het eind van de basisschool opgaven op het gebied van taal, stillezen, rekenen en algemene kennis. De geleverde prestaties zijn om te kunnen voorspellen in welke vorm van voortgezet onderwijs dit kind de meeste kans op succes heeft. Maar zowel de opvoeding als ons onderwijs veroorzaken dat meisjes gemiddeld hoger scoren op tempo, nauwkeurigheid en taal en jongens beter op technisch en ruimtelijk vlak. Daarom wordt voor beide sexen een verschillen-norm gehanteerd, waarmee men de score van een test vergelijkt om een uitslag te krijgen. Een meisje en een jongen die dezelfde prestaties leveren kunnen dus een verschillende uitslag krijgen en een verschillend advies. In feite moeten meisjes meer taalvaardigheld en minder technisch inzicht tonen dan jongens om dezelfde beoordeling te krijgen. Als je dan ook niet vergeet dat ouders en leerkrachten ten aanzien van meisjes andere of minder hoge verwachtingen hebben dan wordt het aannemelijk, verschillen in resultaten tussen de beide sexen eerder te verklaren uit omgevingsinvloeden dan uit zogenaamde verschillen in aanleg en prestatie.
De beroepsvoorkeurtest onderzoekt je interesses; je moet uit een aantal bezigheden (gescheiden in mannelijk vrouwlijk) die in verschillende combinaties telkens weer terugkomen, de voor jou aantrekkelijkste kiezen, of je moet uit een lijst beroepsgroepen er een aantal aankruizen. De uitslag geeft een beeld van je interesse en geeft een aanwijzing voor de beroepen die je liggen. Ook hier zijn natuurlijk verschillende normen voor jongens en meisjes. Een meisje wordt afgeleerd zich te richten op technische bezigheden, én niet te kiezen wat ze wil, maar wat ze mag.
En dan de beroepsgroepen die de test geeft: ze maken door hun taalkundige formulering een strikt onderscheid in mannelijke en vrouwlijk en bevestigen nog eens dat de beroepen voor vrouwen altijd lager betaalde, minder scholing vereisende, traditioneel bepaalde functies zijn. Meisjes mogen kiezen uit verpleegster, diëtiste en tandartsassistente, terwijl voor jongens de beroepen van arts, piloot, schoolhoofd en timmerman openstaan. Is het nog vreemd dat meisjes overwegend in de minst betaalde baantjes terechtkomen? Het hele test- en toetsgebeuren is een door mannen bedacht, op mannen afgestemd selectiemiddel dat verouderde regels versterkt, en meisjes verhindert om op een hoger en ander plan te komen dan waar ze nu nog zitten, tegen wil en dank.
De test van Stam-Robijns wordt gebruikt op onze school. Van de opgegeven 90 beroepen stonden er in de vorige druk 12 in de vrouwlijke vorm. Dat waren dan al die beroepen die:
typisch vrouwlijk zijn
geen wetenschappelijke opleiding vereisen
niet goed betaald worden
leiding geven uitsluiten, dienend en verzorgend gericht zijn.
In de nieuwe druk staan er nog maar 3 (waarschijnlijk onder invloed van feministische kritiek), maar het lijkt ons nog beter om meisjes een testblad te geven, waarop de beroepen in de vrouwelijke vorm staan en jongens een testblad met beroepen in de mannelijke vorm.
Irma en Ageeth
N.B.
Heeft dit artikel de schrijflust bij je op gewekt voor een tegen-artikel of andere reactie? Dit is welkom in de volgende ZAAILANDER.